woensdag 5 september 2007

De week daarop komt het beeld.


Hier nemen Marco, Pepijn en ik de tijdsplanning door.
Volgende week staat in het teken van het geluid, de stemmen, de muziek.
De week daarop komt het beeld.

Daar komt het op neer.

Het script wordt naar een vertaalbureau gestuurd, zodat de film die Pepijn gaat maken ondertiteling krijgt. Flick Radio wordt world-wide-proof.
De ondertiteling zal ook een groot deel van de vormgeving bepalen.
We maken gebruik van de foto's op Flickr.
En kleur wordt een belangrijk ingredi√ęnt.

Hou ook de weblog van Marco Raaphorst in de gaten voor de laatste ontwikkelingen.

De meeting gisteren over de workshop webloggen voor programmamakers (NPOX festival) was verhelderend.
Het is een nieuw terrein, en de verwachtingen liggen hoog.
Wat kan je, als programmamaker bij een omroep, doen met een weblog?
(En wat doet dat weblog met die programmamaker, het programma, en zijn omroep?)

Aanwezig: Bert Janssens en Cora van Dijk (Humanistische Omroep), Marieke Hermans (HOTSPOT/NPOX) en Ivo Lochtenberg (Nieuw Akademia.)
En ik.

Eenmaal thuis meteen een aantal punten op een rij gezet.
Dergelijke gesprekken schreeuwen om overzicht.
Mijn bevindingen uit de praktijk tot nu toe:

1. Als je bij een omroep werkt, en je begint met bloggen, zoals ik, doe je de meest wonderlijke ontdekkingen.
De meeste bloggers die je tegenkomt zijn hobbyisten. Ze doen het graag.
(Je ontmoet ze zodra je zelf comments gaat achter laten.
Als je geen comments achterlaat, weet niemand dat je er bent.)
Je collegabloggers uiten zich, vergroten hun netwerk, vertellen een verhaal, hun ding,op hun manier.
Er zijn geen regels.
(Wat je er doorgaans instopt, krijg je ook terug.)
Ik heb geen weblog, maar een werklog.

2. Wil je een werklog bijhouden, moet je heel ontzettend erg verschrikkelijk veel van je werk houden.
Zo erg, dat je het alleen nog daar over wilt hebben.
Je moet een beetje aanleg hebben voor bezetenheid, en goed het verschil kunnen blijven maken tussen zin en onzin. (Al blijkt iets dat eerst heel onzinnig leek, later een veel grotere rol te gaan spelen dan je aanvankelijk dacht.)

3. In je nieuwe werk, want zo mag je het gerust noemen, moet je nieuwsgierig zijn, kritisch, creatief en gedisciplineerd.
En je moet bovenal van communiceren houden.
(Zoals goeie obers van communiceren houden.)
Verder moet je ervoor zorgen dat je geen ruzie krijgt.
(Internet is een emotioneel medium).

4. Een mislukte weblog is uit den boze. Je doet er alles aan om te slagen.

5. Je moet volharden en doorgaan, niet alleen voor je eigen eer, maar ook om aan te tonen dat het nut heeft wat je doet, dat het iets oplevert: een programma, een produkt. Iets wat anders niet tot stand had kunnen komen. Iets waar de omroep, waar je voor werkt, zijn handtekening onder wil te zetten.

6. Al deze ongeschreven regels (er zijn nog veel meer) hebben de volgende concequenties:

a. Je mag geen schrijffouten maken, geen onzin verkopen, altijd de waarheid spreken, inspiratie uitstralen, "met nieuwe dingen komen", niet teveel in herhaling vallen, nooit over collega’s klagen, sowieso nooit klagen, en altijd loyaal zijn aan de omroep waar je voor werkt.
Je bent niet alleen een bloggend individu, je bent, zodra je als programmamaker het web op gaat, tegelijkertijd ook je omroep.
Tenzij je er voor kiest om onder pseudoniem te opereren.

b. Je kunt maar beter geen al te hoge verwachtingen hebben van je gelog; in het begin niet, en later ook niet.
Hou het "eigen plezier" in de gaten.

c. Je weet nooit precies hoe de reis eruit gaat zien, wie je gaat ontmoeten, wie je publiek wordt.
Je moet tegenslagen kunnen incasseren. Doorgaan.
Niet schrikken van weken die voorbij gaan zonder comments.
Je niet opwinden over lurkers (mensen die wel meelezen maar nooit reageren.)
Je koers in de gaten houden.
Inloggen en… je uiten.
Zoals iedere blogger zich, op wat voor manier dan ook, uit.

d. Zodra je meer openstaat voor anderen, neemt je kwetsbaarheid toe.
De luisteraar (in mijn geval) die eerst stil in de zaal zat, (hij was een cijfer, kwam pas tot leven in statistieken), staat ineens pal naast je op het podium.
Of voor je.
In hetzelfde licht.
Met dezelfde microfoon.
Je exclusiviteit verdampt terplekke.

e. Op internet speelt iedereen omroepje.
Veel traditionele omroepers kunnen daar niets mee.
Research-gewijs handig, and that’s it.
Als omroepblogger laat je niet alleen zien wie je bent, maar ook wat je doet.
Je trekt de oude media gordijnen voor de ramen weg.
Iedereen kan ineens meekijken. En zich ermee bemoeien.
(Vaak gehoorde reaktie: “Aha, jij werkt in Hilversum? Maar je lijkt wel een mens!”
Vooral dat lijkt is kwetsend.)
Je gaat over een grens, je breekt ergens doorheen.
Je zoekt niet de nadelen van internet, maar de voordelen.
Je gaat voor inspiratie.

f. Je moet tegen kritiek kunnen. En er je voordeel mee doen.

g. Je moet een doel hebben met je log, een deadline, bij de oude media: een uitzenddatum.
Je moet ergens naar toe kunnen werken, iets willen bereiken.
Je hoopt ergens op.
Je laat je verrassen.

h. Zoals ik op mensen afstap op internet, zo stappen mensen op mij af.
Ik kies mijn publiek maar deels.
Onder het publiek zitten ook buren, familieleden, anonieme gasten, collega's en ex-geliefdes.
Op internet bestaat de grens privé/werk niet, of nauwelijks.

Wordt vervolgd.

NB: Lees net de tekst nog eens.
Het aantal "je moets" is een beetje overdreven en stoot misschien af.
Voor alle duidelijkheid: werkloggen gaat niet over moeten, maar over doen.

Geen opmerkingen: