zondag 8 april 2007

Ik kan loggen waar ik wil.



Ik zit in een kantoortje van drie bij vier, achter een bureau.
Als ik naar buiten kijken zie ik een bos en een tent.
Het dorp ligt drie kilometer verderop.
Vlieland, pasen 2007.
Ik zit achter de computer van mijn zus en haar man Dirk.
Het gezin is vertrokken naar Duitsland.
Familiefeest.
De computer doet het goed.
Buiten is het stil, alleen de branding en het gekrijs van een meeuwenkolonie.
Binnen een houtkachel, drie poezen, Piet en Jules.
Ik kan loggen waar ik wil.

Marco Raaphorst en Irene Kress hebben een artikel geschreven over de invloed van internet op de economie. Het heet: Sharing Economy. Zullen we alles eerlijk delen.

Het gaat over procumenten.
Een vreemd woord.
Omdat het twee woorden zijn.
Consument en producent.
In het artikel gaat het daar over.
Op internet staat delen gelijk aan vermenigvuldigen.
Niets is meer hetzelfde.

Internet zet alles op de kop, niet alleen de economie.
Ik raak steeds meer gefascnineerd door de invloeden die het heeft op mijn doen en laten. En dat van anderen.
Ik vraag me af wat er allemaal rechtop blijft staan.
Deze onuitputtelijke bron van inspiratie, deze machine, doet oude machtstructuren wankelen.
Iedereen beschikt over dezelfde middelen.
In de beheersing van de techniek en in de creativiteit schuilt de macht.

Sommmigen doen net of internet niet bestaat.
De internieten, digibeten.
Zij zien alleen bezwaren en problemen, en trappen op de rem.
Anderen zien alleen maar toekomst en mogelijkheden.
De evangelisten.
Ik ben een evangalist door te doen.
Alleen dan ontdek je wat het is. En kan zijn.
Er over praten is iets totaal anders.
(Verder geloof ik nergens in.)

Eerst wist ik het niet zeker, maar er is zeker een revolutie aan de gang.
Bij mij in ieder geval wel.
Ik heb Marco en Irene voorgesteld een podcast te maken van hun artikel.
Dan lees ik de tekst voor.
Daarna zetten we er geluiden en muziek onder.
Misschien kan iemand anders er beelden bij maken.
Dan kan het ook gelijk de Youtube op.
(Het is een belangijk artikel.)

Zodra je het internet opgaat kijk je in de spiegel.
Het toont direkt waar je mee bezig bent.
Je zoekt jezelf in iedere opdracht.
Het heeft iets therapeutisch en confronterends.
Het legt processen vast, maakt het zichtbaar.
Iedere muisklik definieert jou, en dat wat je doet, raakt, stimuleert of dwingt.
Je favorieten vormen een vingerafdruk van je liefhebberijen, je interesses.
Laat me je favorieten zien, en ik zeg wie je bent, of wilt zijn.
Je identiteit groeit, is maakbaar, breidt zich iedere dag uit.
Je wordt een archief, je stapelt op.
Werk en prive vloeien moeiteloos in elkaar over.
Een kwestie organiseren.
De snelheid geeft je een gevoel van controle, van macht.

In de eerste log kreeg ik een opdracht van de omroep waar ik werk. De RVU.
Ga het internet op en doe verslag van je bevindingen.
Ze hebben me erop geschopt onder het motto: iemand moet het doen.
Ik doe het graag.
Het is mijn werk en ik heb het geluk dat ik er iets mee heb: internet.
Ik veranderde de weblog in een werklog.
Hier worden de stappen gezet.

Ik gebruik internet.
Voor mij is het middel en doel.
Ik vorm het, zoals het mij vormt.
Dat het mij boeit is geen keuze, maar een constatering.
Het is bijna genetisch bepaald.
Internet kiest mij, niet andersom. Etc etc.
Je kan niet doen alsof het je boeit.
Als je dat doet wordt het niets.
Dat zie je zo.
De moetjes.
Je zie de mogelijkheden, of niet.
Daar komt het op neer.
Een vuurtje gaat branden.
Je moet er van houden.
Je moet nieuwsgierig zijn en hoopvol.
Dat soort energieen kan je niet faken op internet.
Zoals je een passie voor tuinieren niet kan faken.
Dat hou je nooit vol.
Het ziet er niet uit.
Je hebt er wat mee of niet.

Ondertussen ontmoet ik nieuwe collega's op het internet.
Zo zie ik Marco Raaphorst en Irene Kress als collega's.
(Internet is een bedrijf.)
Maar ook mijn zwager Dirk en Kendra zijn nieuwe colega's.
En Rozwithart, die mij een presentatie stuurt van Erwin Blom (3 voor 12/VPRO. Titel: Interactie, waarom?
In een stroom aan beelden en woorden komen argumenten voorbij.
(Een must see.)

En Andre van Os, die onlangs bij de RVU vertrok om bij de Wereldomroep te gaan werken als hoofd internet.
Je zou zeggen, ex-collega.
Niet dus.
Hij heeft ook een foto-account aangemaakt.
En zo houden wij contact, sturen wij elkaar links, blijven we elkaar inspireren, zoals we altijd al deden.
(Het begrip collega moet ook opnieuw gedefinieerd worden.)

Ondertussen heeft Kendra het even helemaal gehad heeft met Flickr, omdat ze erachter is gekomen dat haar totale sociale leven aan gort ligt.
Ze is verslaafd aan Flickr.
En ze weet niet wat ze eraan moet doen.
Ze zit meer op Flickr dan in de kroeg, of op straat, of bij vrienden.
Ze krijgt veel support op deze ontboezeming van haar fellow addicts.
Haar netwerk groeit en groeit.
Ik heb haar geschreven dat ze waarschijnlijk een kleine burn-out heeft.
En dat het internet geeft en neemt.
Een kwestie van balans zoeken op de vloedlijn.

Pseudo becomes real and real becomes digi and everything gets upside down.

1 opmerking:

Marco Raaphorst zei

zo mooi opgeschreven.

de podcast lijkt mij een prima idee.

laten we het daar over hebben en het dan gaan maken.